Actueel‎ > ‎Nieuws Lichtkring‎ > ‎

Allemaal zijn we kinderen van Abraham...

Geplaatst 6 feb. 2014 11:52 door Redactie Lichtkring
Bethlehem, januari 2014. Vandaag gaat de subgroep met de naam Conflict en Verzoening, waar ik deel van uitmaak, door het checkpoint bij Bethlehem. We zijn met 25 predikanten op studiereis in Israël en Palestina. Met ons achten zijn we een subgroep
en we hebben een afspraak met twee mensen.

We zitten tegenover een onberispelijk geklede Palestijn, Vasam. Hij is lid van de Circle of Bereaved Parents, de cirkel van beroofde ouders, en vertelt ons over zijn leven. Op zijn veertiende gooit hij met zijn maatjes stenen naar Israëlische soldaten. Wij wisten niks van de politieke situatie, we reageerden op de militairen en verdedigden onze kindertijd, zegt hij. Als hij vijftien is, worden er wapens gevonden en daarna gaat het van kwaad tot erger. Hij komt in de gevangenis terecht en zijn haat tegen de Israëli’s groeit. Hij treft een Joodse bewaker die naar hem luistert. Menselijk contact groeit en deze bewaker neemt het op een gevaarlijk moment voor hem op.

Vasam leert Hebreeuws en verdiept zich in de geschiedenis van Israël. Hij ergert zich aan de film ‘De Holocaust’: waarom kwamen die mensen niet in verzet tegen wat ze overkwam? Toch ziet hij langzaamaan een verband tussen de agressie van de Israëlische militairen en de Joodse geschiedenis. Inmiddels is er een vriendschap gegroeid tussen hem en de bewaker. Als Vasam hem later nog eens wil opzoeken om hem te bedanken, blijkt de man na een beroerte in een rolstoel te zitten. Hij herkent Vasam en straalt. We zien dat op een foto die rondgaat.

Ondertussen is Rami binnengekomen, een Israëli met motorjas en helm. Hij is voor deze ontmoeting via een sluipweg op zijn motor vanuit Jeruzalem in Bethlehem gekomen. De twee mannen omhelzen elkaar hartelijk en zijn in het verdere gesprek ontroerend op elkaar betrokken. Vasam vertelt verder: als hij uit de gevangenis is, sluit hij zich aan bij de Strijders voor Vrede, een organisatie van voormalig Joodse militairen en voormalige Palestijnse fighters. Beide partijen zoeken elkaar op in de wetenschap dat de wederzijdse haat niemand verder helpt. In deze periode leert Vasam Rami kennen en ze worden vrienden.

Dan wordt Vasams tienjarige dochtertje Avir op het schoolplein gedood door een Israëlische kogel. Wanneer het kind in het ziekenhuis op sterven ligt zijn Rami en zijn vrouw de eersten die Vasam en diens vrouw opzoeken. Ook Rami vertelt zijn verhaal. Hij groeit argeloos op, als in een bubbel, zonder enig besef van de Palestijnse situatie. Hij is vader van drie jongens en een meisje. Het meisje Smadar, ‘onze prinses’, sterft als ze veertien is door een Palestijnse zelfmoordaanslag in een winkelstraat van Jeruzalem. Hij komt in contact met de organisatie ‘Circle of Bereaved Parents’, de cirkel van beroofde ouders, en doet eerst sceptisch en later met steeds meer vertrouwen mee aan de gesprekken van de leden van deze organisatie. De dood van Vasams dochtertje brengt de twee nog dichter bij elkaar.

Hun gezamenlijke bondgenoot is the power of pain, de kracht van de pijn. Dat werkt als een nucleaire krachtcentrale, zeggen beiden. Van elke zestig seconden die een minuut telt, denken we er negenenvijftig aan onze dochters.

Inmiddels zijn ze elkaars dierbaarste vrienden. Naast hun gewone banen trekken ze het land door om groepen over hun ervaringen te vertellen. Ook buitenlandse gasten ontvangen ze zoals ze dat bij ons doen. De ‘Circle of Bereaved Parents’ telt vele honderden van deze Joodse en Palestijnse ouders. Ze raken steeds meer bekend in binnen- en buitenland en ook in het Israëlische parlement, de Knesseth, weet men van hun werk.

Als ze klaar zijn met vertellen zijn we stil. Van de hele reis blijkt dit voor ons de meest indrukwekkende ontmoeting. We besluiten thuis te kijken in hoeverre we meer voor hen kunnen doen dan alleen het verhaal verder vertellen.

Wanneer we na het gesprek ’s avonds terugkomen bij het checkpoint, moeten we de broekriemen, horloges, tassen, mobieltjes, sleutels en schoenen wegleggen en uitdoen, want het detectiepoortje blijft maar alarm geven. We zijn groentjes en moeten dus steeds weer terug door de detectiepoort om iets uit- of af te doen. In een donker hokje zit een verveelde militair naar ons geklungel te kijken en zegt bij elk alarm alleen maar: Back!.

We spreken op weg naar ons verblijf in Jeruzalem over onze subgroep Conflict en Verzoening. Die muur rondom Bethlehem wordt telkens weer voor ons verklaard als noodzakelijk voor de veiligheid. Sinds de muur zijn er immers nauwelijks nog aanslagen geweest. De muur is een overduidelijk teken van het conflict. Zijn er tekenen van verzoening? De verzoening tussen de Palestijnse en Joodse vader staat ons glashelder voor ogen. Hun omhelzing ook. In het woord Verzoening is het woordje zoen verscholen...


ds. Kees van Stralen.
Comments