Actueel‎ > ‎Nieuws Lichtkring‎ > ‎

Een eigentijdse Job

Geplaatst 3 jul. 2019 09:11 door Redactie Lichtkring
Met de leeskring bespraken we de afgelopen keer Mintijteer van de Duitse schrijfster Esther Maria Magnis. De meningen over dit boek waren verdeeld, maar de meesten waren ervan onder de indruk. Het is een boek om meerdere keren te lezen omdat er zo veel aan gedachten in zit. Voor mij is het vooral een boek waarin iemand schrijft over haar weg met God. Of misschien beter: Gods weg met haar.

Aan het einde van haar studie religiewetenschappen schrijft Esther Maria Magnis een essay over waarom ze weer in God is gaan geloven. Een uitgever vraagt haar vervolgens hierover een boek te schrijven. Het wordt een persoonlijk en autobiografisch boek dat over haar leven gaat – vanaf dat ze kind is tot haar jongere broer op zijn drieëntwintigste overlijdt. Esther wordt christelijk opgevoed. Als ze een jaar of zes is, raakt ze er door een bijzonder moment van overtuigd dat God er is. Op haar vijftiende krijgt ze te horen dat haar vader kanker heeft. Zij, haar zusje en broertje bidden God hartstochtelijk om een wonder. Ze vertrouwen erop dat dat ook zal gebeuren. Uiteindelijk sterft haar vader als ze zeventien is. Ze gelooft dat God in zijn goedheid de kanker had kunnen dwingen zich terug te trekken. Na de dood van haar vader wil ze daarom niet meer in Hem geloven.

Ze beschrijft haar heftige gevoelens, haar wanhopige gedachten, haar woede, haar schreeuwen en het zwijgen van God. In haar worsteling herken je ook de worsteling van de bijbelse Job. Ook zijn er de momenten waarop God zich op de een of andere manier toch aandient – in weerwil van haarzelf. Eén van die momenten is als ze voor haar dementerende oma – die bij hen inwoont – kinderliedjes zingt, iets wat ze iedere avond doet. Op een avond is er opeens iets wat ze herkent. Wat ze zingt is een zin die ze als kind verbasterde tot mintijteer. De zin spreekt over de liefde van God voor mensen en doet haar terugdenken aan de Godservaring die ze als kind had. Ze schrijft: (…) ik denk dat daar het begin van mijn nieuwe geloof lag (p.182).

Dat nieuwe geloof wordt opnieuw beproefd als haar jongere broer Johannes ziek wordt. Als Johannes zijn onmacht uitschreeuwt in de kelder van hun huis, dwingt Esther hem om te bidden. Zij bidt, Johannes zwijgt. Ze sluit af met het Onze Vader. Dan volgt er een zacht ‘amen’ van Johannes. Esther schrijft: Een vriend vertelde me later dat Johannes, toen hij hem vroeg waar zijn geloof vandaan kwam, over dat moment in de kelder had verteld, waar hij tot God geschreeuwd had en toen had gebeden. Toen was God er plotseling. Daar kon hij zich niet tegen verweren (p.230). En zijn en haar geloof blijven, ook als hij sterft.

Ik vind Mintijteer een bijzonder boek. Het is een persoonlijk verslag van een zoektocht naar God en naar wat geloof voor haar betekent. Op een bepaalde manier gaat het tot op het bot. Het boek plaatst ook kritische kanttekeningen bij hoe weinig verschil er vaak nog is tussen de samenleving als geheel en de kerk (p.27). Dat stelt ook vragen bij hoe wij ons daartoe verhouden.

Mintijteer is tot op zekere hoogte een eigentijds Job-verhaal. Ondanks allerlei grote vragen blijft de ik-figuur vasthouden aan haar geloof in God. Een prachtig, diep en troostend moment is als ze zich realiseert dat God ook geleden heeft: God had al geleden, en zoals Johannes nu met hem sprak, leek het alsof het juist op dat moment gebeurde, alsof HIJ geen centimeter week van het kind dat hij liefhad, alsof hij het geen seconde uit zijn ogen liet, alsof hij zich had voorgenomen de hele tijd ononderbroken niet een seconde eerder zijn marteling aan het kruis op te geven dan die bij de jonge man, die daar op dat bed lag, voortduurde. HIJ bleef en bleef en bleef. En in de tussentijd wendde Johannes zijn gezicht en keek hem aan – en voor die momenten, voor die ontmoetingen heb ik geen woorden (p.231).

Als u nog een boek zoekt om deze zomer te lezen is dit wat mij betreft een aanrader!
Ds. Annemarie Six-Wienen
Comments