De herdenking van de Armeense genocide

Geplaatst 25 apr. 2015 03:54 door Redactie Lichtkring
Een blog van Wilbert van Saane, Buitengewoon uitgezonden medewerker te Beirut.(Bron; website PKN) .            Hij werkt als studentenpastor aan de Armeense Hagesian Universiteit in Beirut.


https://sites.google.com/a/pkn-lichtkring.nl/welkom/actueel/nieuws-lichtkring/_draft_post-2/armeensegenocide.jpg

Vragende gezichten. Ze zoeken mijn blik, willen mij ontmoeten. Maar als ik dichterbij kom, trekken zij zich terug. Ze verdwijnen in een schimmige, dodelijke verte. Ik kan mij echter niet van hen afkeren en hen vergeten. Dat is het krachtige effect van een schilderij van de Armeense kunstenaar Felix Yeghiazaryan (1947-2014), In Memory of the Armenian Genocide. 

In april 2015 herdenken wij voor de honderdste maal de Armeense genocide. Dit schilderij is een gedenkteken. Een paar dagen geleden zag ik het in een tijdelijke expositie in Haigazian University, waar ik werkzaam ben. Het is alsof de kunstenaar oude familiefoto’s of krantenknipsels heeft gebruikt om deze compositie te maken. Het pastelrood beduidt ongetwijfeld het bloed dat lang geleden vergoten werd. Het dreigt te verdwijnen in de grijze vergetelheid. De gezichten smeken de toeschouwer dat niet te laten gebeuren. 

Wat moeten wij gedenken? De vier panelen van dit kunstwerk helpen ons. We lezen het schilderij met de klok mee. Het paneel linksboven toont een priester die een wit vel papier vasthoudt. De marsorders van de Osmaanse heersers? De woestijn in met jou en al je mensen: dat kregen de priesters honderd jaar geleden te horen. Als leiders van hun gemeenschap waren zij gedwongen het destructieve werk van de pasja’s mede te organiseren. 

De lichaamsdelen op het schilderij spreken van onnoemelijk lijden. De voeten die de lange tocht maakten van West-Armenië naar de Syrische woestijn zijn gearceerd. Het gezicht van een man naast de priester is omcirkeld: werd hij er uit gepikt en meteen gedood of heeft hij de deportatie overleefd? Door het gezicht van een zittende vrouw staat een kruis. Zakte zij in elkaar aan de kant van de weg om daar te sterven, zoals duizenden anderen, verbeeld door de stippen op haar jurk? 

Op het eerste gezicht staat op het volgende paneel een gezin. Maar als je scherper kijkt, zie je dat dit gezin uit alleen vrouwen bestaat. Waar zijn de mannen en de jongens? Werden zij gescheiden van de vrouwen en de meisjes? Werden zij voor hun ogen gedood? De vrouwen in de groep schuilen bij elkaar, op zoek naar bescherming en troost. Ze herinneren ons aan het onmenselijke lijden dat de vrouwen tijdens de genocide werd aangedaan. Ze zijn onschuldig – hun strikken zijn als aureolen om hun hoofd. 

Onder hen zien we een vrouw en een man. Horen zij bij elkaar? Is het een echtpaar? Broer en zus? Vader en dochter? Raakten ze elkaar kwijt tijdens de chaos van de deportaties? Overleefde de een de ander, om daarna met oneindig verdriet verder te leven? De kale hand van de man hangt in overgave naar beneden. Geen wilskracht, geen doel meer. Het stippenpatroon roept de talloze anderen in herinnering die hetzelfde beleefden: de pijn van een plotseling afgebroken liefde. 

Linksonder zien we nog twee vrouwen. Losgescheurd zoals Oost-Armenië en de diaspora dat werden. Ze zijn als danseressen, midden in hun dans gestokt. Waren er eerst drie meisjes en is de middelste al verdwenen, waardoor ze de verbinding tussen de anderen verbrak? Onder hen een gebeeldhouwde steen, misschien uit een kerk of een ander oud monument. Het staat symbool voor de vernietiging van een prachtige oude cultuur. 

Ik gedenk en ik eis. Dat is het motto van de honderdste herdenking van de Armeense genocide. Gedachtenis is het begin. Gedachtenis van allen die, net als wij, lief hadden, werkten, speelden, dansten, zongen. Gedachtenis van de grootouders en overgrootouders van mensen die vandaag weer bedreigd worden in hun bestaan in het Midden-Oosten. Zij verloren onnodig het leven aan de wrede waanzin van de machthebbers. Gedachtenis, zodat we vandaag er alles aan doen om soortgelijk lijden te voorkomen. 

Wilbert van Saane, Buitengewoon uitgezonden medewerker te Beirut. Hij werkt als studentenpastor aan de Armeense Hagesian Universiteit in Beirut.
Comments